ECLI:NL:RVS:2025:738
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing schadevergoeding mijnbouwschade woonboerderij
Appellant is sinds 1986 eigenaar van een oude kop-hals-romp boerderij in Munnekezijl en heeft in 2013 schade gemeld die hij toeschrijft aan mijnbouwactiviteiten. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen wees zijn verzoek om schadevergoeding af, waarbij deskundigen concludeerden dat de schade niet door mijnbouw werd veroorzaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en gaf het Instituut opdracht om een nieuw besluit te nemen over een aantal schades.
In hoger beroep betwist appellant onder meer de bevoegdheid van het Instituut om schades te beoordelen die eerder door de NAM waren behandeld en de juiste toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden. De Afdeling oordeelt dat het Instituut terecht geen bevoegdheid heeft voor schades die vóór 31 maart 2017 aan de NAM zijn gemeld en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Ook is het bewijsvermoeden adequaat weerlegd met deskundigenadviezen die andere oorzaken dan mijnbouw aantonen.
De Afdeling bevestigt dat voor sommige schades een nieuwe beslissing op bezwaar nodig is vanwege onvoldoende inzicht in de onderbouwing, maar wijst het beroep verder af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.