ECLI:NL:RVS:2025:2270
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op tijdelijke bescherming voor derdelanders uit Oekraïne
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming voor appellant, een derdelander uit Oekraïne, op 4 september 2023 eindigt. Dit besluit is later op 31 januari 2024 ingetrokken, maar bij een nieuw besluit van 21 februari 2024 is appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten.
Appellant heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden. Het beroep gaat over een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling is beantwoord met betrekking tot het moment waarop de minister de facultatieve tijdelijke bescherming mag beëindigen.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.