ECLI:NL:RVS:2025:2235
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel en ongegrondverklaring beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 februari 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 maart 2024 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. Tevens werd ambtshalve de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat vreemdelingen die uit het Westen terugkeren naar Afghanistan niet automatisch een reëel risico op ernstige schade lopen en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat betrokkene persoonlijk een reëel risico liep vanwege bedreigingen. Ook was de rechtbank niet bevoegd om ambtshalve de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.