Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:2130

Raad van State

Datum uitspraak
12 mei 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
202501684/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel

Betrokkene diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 30 januari 2025 niet in behandeling werd genomen. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of betrokkene bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico liep op het ontbreken van opvang en of hij effectief tegen een weigering van opvang kon optreden.

De Afdeling volgde de overwegingen van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:1080) en oordeelde dat de grief van de minister slaagt. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene alsnog ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.

Uitspraak

202501684/1/V3.
Datum uitspraak: 12 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 maart 2025 in zaak nr. NL25.5792 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 18 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.B. Ullah, advocaat in Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag of betrokkene bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt om verstoken te blijven van opvang en hij daar effectief tegen de weigering van opvang op kan komen, heeft de Afdeling bij uitspraak van 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1080, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak, die hier van overeenkomstige toepassing zijn, vloeit voort dat de grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 maart 2025 in zaak nr. NL25.5792;
III.      verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025
846-1149