ECLI:NL:RVS:2025:213
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- B.P.M. van Ravels
- J.L.W. Aerts
- H.G. Rottier
- F.R. Salomons
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning rijhal met ponystalling wegens strijd met bestemmingsplan en gewijzigde regelgeving
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen trok in 2020 de bouwvergunning uit 2002 voor een rijhal met ponystalling in, omdat het bouwwerk niet meer in overeenstemming was met het geldende bestemmingsplan en Bouwbesluit 2012. De vergunninghouder, appellant sub 2, betwistte dit en stelde onder meer dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op het behoud van de vergunning en dat hij de vergunning op korte termijn zou benutten.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking. Het college en appellant stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken, ook al had appellant sub 2 een periode van gerechtvaardigd vertrouwen tussen september en oktober 2019, maar dat deze periode geen schade veroorzaakte.
De Afdeling overwoog dat de vergunning uit 2002 geen vrijstelling van het bestemmingsplan inhield en dat het gebruik van de rijhal niet is toegestaan volgens het actuele bestemmingsplan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat appellant sub 2 niet kon afleiden dat het college nooit tot intrekking zou overgaan. De belangenafweging van het college was rechtmatig. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning voor de rijhal met ponystalling wordt bevestigd en het beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard.