ECLI:NL:RVS:2025:1950
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- B. Meijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en heroverweging omgevingsvergunning windpark Noord-Beveland in het licht van Unierechtelijke gebreken
Het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland verleende in 2017 een omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van vier windturbines. De vereniging Communicatie Platform De Banjaard en anderen verzochten in 2021 om intrekking van deze vergunning vanwege strijdigheid met Unierecht, onder meer omdat geen milieubeoordeling was verricht volgens de SMB-richtlijn. Het college wees dit verzoek af, waarna de rechtbank in 2023 het besluit vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Windpark Noord Beveland en het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de vergunning inderdaad onverenigbaar is met het Unierecht omdat de windturbinebepalingen niet vooraf milieubeoordeeld zijn. Echter, de Afdeling stelt dat er geen Unierechtelijke verplichting bestaat om de onherroepelijke vergunning te heroverwegen of in te trekken, omdat niet aan de cumulatieve voorwaarden uit het Kühne & Heitz-arrest is voldaan.
De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college opdraagt een nieuw besluit te nemen en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens vernietigt zij het besluit van het college van 26 augustus 2024 dat genomen was ter uitvoering van de rechtbankuitspraak. De Afdeling wijst het beroep van de vereniging op het voorzorgsbeginsel uit artikel 191 VWEU Pro af en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan Windpark Noord Beveland.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van het vonnis dat het college opdraagt een nieuw besluit te nemen en bevestigt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; het verzoek tot intrekking van de vergunning wordt afgewezen.