ECLI:NL:RBZWB:2023:3017
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. Broeders
- E.J. Govaers
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning windturbines wegens strijd met Unierecht
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland om hun verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de bouw van vier windturbines af te wijzen. De vergunning was verleend in 2017 en onherroepelijk geworden na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2018.
Naar aanleiding van het Nevele-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie uit 2020, waarin werd geoordeeld dat voor windturbinenormen een milieubeoordeling had moeten plaatsvinden, betoogden eisers dat de vergunning in strijd is met het Unierecht. Het college erkende dat de windturbinebepalingen niet in overeenstemming zijn met het Unierecht, maar stelde dat intrekking niet noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het college het verzoek tot intrekking te beperkt heeft beoordeeld en dat het Unierecht vereist dat onrechtmatigheden worden hersteld, ook als de vergunning onherroepelijk is. De vergunning is in strijd met het Unierecht doordat geen milieubeoordeling is verricht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen 24 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de MER-beoordeling opnieuw moet worden beoordeeld of uitgevoerd. Het griffierecht wordt aan eisers vergoed, een proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege samenhang met een andere zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen binnen 24 weken.