ECLI:NL:RVS:2025:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat afwijzing verblijfsvergunning vanwege mvv-vereiste en nationale veiligheid gerechtvaardigd is
Betrokkene, een Marokkaanse staatsburger, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan met als verblijfsdoel geestelijk voorganger. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat betrokkene niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en omdat hij een gevaar vormde voor de nationale veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde incidenteel hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het mvv-vereiste niet mocht toepassen omdat betrokkene ten tijde van het bezwaarbesluit niet meer beschikte over de status van langdurig ingezetene in België. Ook was het terecht dat de minister afzag van het horen in bezwaar vanwege het gevaar voor de nationale veiligheid. Het hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de minister gegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
De Raad van State overwoog dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden omdat betrokkene geen bijzondere persoonlijke omstandigheden had aangevoerd die vrijstelling van het mvv-vereiste zouden rechtvaardigen. De minister hoefde daarom niet te beoordelen of betrokkene aan de materiële vereisten voor een mvv voldeed. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.