ECLI:NL:RVS:2025:1330
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum verblijfsvergunning asiel op 3 augustus 2022
De staatssecretaris verleende een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 3 september 2022, gebaseerd op de ontvangstdatum van het formulier model M35-H. De vreemdeling stelde dat de ingangsdatum de dag van ontvangst van de loopbrief moest zijn, namelijk 3 augustus 2022. De rechtbank oordeelde dat de vergunning met ingang van 3 augustus 2022 moest worden verleend, omdat de loopbrief als rapport een incomplete aanvraag complementeert en het moment van kenbaar maken van de asielwens bepalend is.
De minister stelde in hoger beroep dat de verordening en richtlijn verschillende procedures betreffen en dat de aanvraag pas geldt bij persoonlijke indiening, wat volgens hem pas met het formulier M35-H gebeurde. De Raad van State erkende dat de rechtbank een onjuiste uitleg gaf van de procedures, maar stelde dat de juiste uitleg tot dezelfde uitkomst leidt omdat de vreemdeling niet eerder dan 3 augustus 2022 zijn asielwens kenbaar maakte.
Verder betoogde de minister dat de rechtbank onzorgvuldig was door uit te gaan van een datum die niet in het dossier zat, maar de Raad van State stelde vast dat de minister deze datum bij de rechtbank had bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt bevestigd op 3 augustus 2022.