ECLI:NL:RVS:2025:1116
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als beperking arbeid als zelfstandige bij een klussenbedrijf. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af vanwege onvoldoende onderbouwing in het ondernemingsplan, met name het ontbreken van een gedegen markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de regio en onderneming.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de minister onvoldoende had gemotiveerd en de hoorplicht had geschonden. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht de eis stelde dat het ondernemingsplan een markt- en concurrentieanalyse bevat die specifiek is toegespitst op de eigen dienstverlening en regio. De vreemdeling had dit niet voldoende onderbouwd, noch zijn competenties adequaat aangetoond. Ook werd geoordeeld dat de minister niet in strijd met de hoorplicht had gehandeld, omdat de vreemdeling geen steekhoudende verklaring gaf voor het ontbreken van noodzakelijke stukken.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond, maar wees het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt bevestigd.