ECLI:NL:RVS:2025:1109
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Cyprus
De vreemdeling met de Somalische nationaliteit diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Cyprus volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de procedure. De rechtbank oordeelde dat de minister zich ondeugdelijk had gemotiveerd en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in deze pilotuitspraak het interstatelijk vertrouwensbeginsel bevestigd als uitgangspunt voor de verantwoordelijkheid van Cyprus. Hoewel er problemen zijn met opvangcapaciteit en voorzieningen, zijn deze niet structureel zodanig dat sprake is van een schending van artikel 4 EU Pro Handvest en artikel 3 EVRM Pro. Diverse rapporten, waaronder AIDA en CPT, zijn betrokken bij de beoordeling.
De Afdeling concludeert dat de minister terecht van het vertrouwensbeginsel uitgaat en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Cyprus een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, maar het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister de aanvraag inmiddels alsnog moet behandelen vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard.