ECLI:NL:RVS:2024:700
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 21 april 2023 een vreemdeling van Poolse nationaliteit in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, omdat de staatssecretaris voorafgaand aan de bewaring geen contact had gezocht met het Openbaar Ministerie (OM) over mogelijke bezwaren tegen overdracht.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het onderzoek naar OM-bezwaren pas vereist is zodra de staatssecretaris bekend is met de overdrachtsdatum, wat hier op 28 april 2023 was. Omdat de rechtbank dit niet had onderkend, werd het vonnis vernietigd.
De Afdeling toetste ambtshalve de rechtmatigheid van de bewaring en stelde vast dat vanaf 28 april 2023 geen contact met het OM was gezocht, waardoor de bewaring vanaf die datum onrechtmatig was. De bewaring werd op 3 mei 2023 opgeheven. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding van €600 toegekend over de periode 28 april tot en met 3 mei 2023 en proceskosten van €1.750 werden aan hem toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend over de periode 28 april tot en met 3 mei 2023.