ECLI:NL:RVS:2024:5461
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en regulier in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 april 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 18 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter bepaalde bij ordemaatregel dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 16 november 2024 achterwege bleef. Bij de uitspraak van 30 december 2024 bevestigt de Raad van State het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.