ECLI:NL:RVS:2024:4787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens alsnog in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 27 juni 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, welke op 22 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep heeft de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hierdoor heeft de vreemdeling bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde, waardoor hij onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens wordt geoordeeld dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden, omdat hij niet aan de vreemdeling tegemoet is gekomen maar de aanvraag als gevolg van tijdsverloop alsnog in behandeling heeft genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag na het instellen van het beroep alsnog in behandeling is genomen.