ECLI:NL:RVS:2024:4321
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens termijnoverschrijding en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 24 mei 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat de uitspraak van de rechtbank niet tijdig en niet in het openbaar was gedaan, waardoor artikel 6 EVRM Pro en artikel 8:78 Awb Pro zouden zijn geschonden. De Afdeling constateerde dat de uitspraak wel openbaar was gemaakt, maar pas op 20 juni 2024, terwijl de uitspraak binnen zeven dagen na sluiting van het onderzoek op 5 juni 2024 had moeten plaatsvinden. De overschrijding werd veroorzaakt door een interne reorganisatie bij de openbaarmaking, wat geen bijzondere omstandigheid vormde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was vanaf een eerdere datum. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €1.900 over de periode van 13 juni tot en met 1 juli 2024 en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.625.
De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 29 oktober 2024 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder voorzitterschap van mr. J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.