ECLI:NL:RVS:2010:BL4570
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onrechtmatig achtte en schadevergoeding toekende.
De Raad van State oordeelt dat het proces-verbaal, opgemaakt onder ambtseed, juist en volledig is en dat de rechtbank ten onrechte twijfelde aan de juistheid ervan op grond van de betwisting van de vreemdeling. De staandehouding was gebaseerd op een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf, onder meer omdat de vreemdeling aangifte deed van vermissing van zijn paspoort en zelf verklaarde niet rechtmatig in Nederland te verblijven.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was een lichter middel dan bewaring toe te passen, gezien het langdurige illegale verblijf en het risico op niet-melden. Ook was er voldoende voortvarendheid bij de uitzettingsprocedure. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.