ECLI:NL:RVS:2019:213
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling werd op 25 september 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank had deze bewaring onrechtmatig verklaard vanwege een motiveringsgebrek bij de staatssecretaris en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris de bewaring voldoende heeft gemotiveerd, met name waarom een minder dwingende maatregel zoals verblijf bij de vader of een meldplicht niet toereikend was. De vreemdeling had verklaard niet te willen vertrekken, onvoldoende meegewerkt aan terugkeer en wilde via procedures een verblijfsvergunning verkrijgen, wat de geloofwaardigheid van zijn vertrekintentie ondermijnt.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tevens worden de overige aangevoerde bezwaren van de vreemdeling tegen de bewaring verworpen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring is rechtmatig en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.