ECLI:NL:RVS:2024:3631
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring na intrekking asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 4 juni 2024 in bewaring. De vreemdeling trok zijn asielaanvraag in op 11 juni 2024. De minister wijzigde de wettelijke grondslag van de bewaring op 14 juni 2024, maar daarmee was de bewaring vanaf die datum onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de bewaring vanaf 14 juni 2024 onrechtmatig was omdat de minister de wettelijke grondslag niet tijdig had aangepast. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €100 toegekend. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig vanaf 14 juni 2024, de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €100 en de minister moet proceskosten vergoeden.