ECLI:NL:RVS:2024:3569
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J. Gundelach
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging natuurvergunning vanwege onvoldoende onderbouwing emissiefactor en vergunning weiden vee
De maatschap exploiteert een melkveehouderij in Etten-Leur en vroeg in 2019 een natuurvergunning aan voor uitbreiding en wijziging van de veehouderij, inclusief het houden van diverse runderen en schapen in emissiearme stalsystemen. Het college verleende in 2020 de vergunning voor het houden van het vee in de stallen, maar weigerde de vergunning voor het weiden van vee omdat dat volgens hen geen vergunningplichtige activiteit is.
MOB en Leefmilieu stelden dat de emissiefactor van het toegepaste stalsysteem A1.28 onjuist was vastgesteld en dat het weiden van vee wel onderdeel van het project was en dus vergunningplichtig. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf aanwijzingen voor herstel, maar het college maakte hier geen gebruik van. In het vervolgproces stelde het college een nieuwe vergunning vast met aanvullende voorschriften over emissiebeperkende maatregelen en stalmanagement.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de emissiefactor van 6,54 kg NH3 per dierplaats per jaar met de voorschriften daadwerkelijk wordt gehaald, mede gelet op recente rapporten die geen emissiereductie aantonen. Ook is het besluit over het weiden van vee onzorgvuldig omdat dit niet expliciet is vergund. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet het college een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak en de geldende wetgeving per 1 januari 2024.
Uitkomst: De natuurvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de emissiefactor en onzorgvuldige besluitvorming over het weiden van vee.