ECLI:NL:RVS:2024:3407
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om overkomst naar Nederland wegens onvoldoende aantoonbare werkzaamheden voor Nederlandse EUPOL-functionaris
Appellanten, allen van Afghaanse nationaliteit en verblijvend in Afghanistan, verzochten de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren. [Appellant] stelde te hebben gewerkt als coördinator van de schoonmaakdienst op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission (EUPOL) in Kabul, waarbij zij werkzaamheden verrichtte voor Nederlandse functionarissen.
De minister wees het verzoek af omdat [appellant] niet viel onder de groepen die in de speciale voorziening van 11 oktober 2021 zijn genoemd, met name omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij ten minste een jaar structureel substantiële werkzaamheden had verricht voor een specifieke Nederlandse functionaris van EUPOL in een voor het publiek zichtbare functie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, hetgeen in hoger beroep werd bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het enkel verrichten van werkzaamheden voor alle medewerkers van EUPOL, zonder specifieke toewijzing aan een Nederlandse functionaris, onvoldoende is. Ook het feit dat [appellant] zichtbaar was voor bezoekers of in een nieuwsbrief werd genoemd, voldeed niet aan het criterium van een voor het publiek zichtbare functie. Verder werden de aangevoerde bijzondere omstandigheden, waaronder het risico vanwege publicatie van haar naam en foto, niet als voldoende grond voor afwijking van het beleid gezien.
Het verzoek om een hoorzitting werd afgewezen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, waarbij geen proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de aanvraag tot overkomst is bevestigd.