ECLI:NL:RVS:2024:317
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling wegens onjuiste belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 2 juli 2021 in bewaring wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond, oordeelde dat de staatssecretaris een onvolledige belangenafweging had gemaakt en dat de bewaring onrechtmatig was. De rechtbank betrok daarbij het bezwaar van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en de standstillbepaling van artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtmatigheid van de bewaring moet worden beoordeeld aan de hand van de feiten die op het moment van inbewaringstelling bekend waren, en dat de rechtbank ten onrechte vooruitliep op de uitkomst van het bezwaar tegen de verblijfsvergunning. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank inderdaad onterecht de bezwaarprocedure had betrokken bij de belangenafweging en dat ook de omstandigheden die de rechtbank in het voordeel van de vreemdeling meende te moeten betrekken, deels niet door de vreemdeling waren aangevoerd.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.