ECLI:NL:RVS:2014:4386
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling wegens onttrekkingsrisico
Bij besluit van 4 oktober 2014 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen risico bestond dat de vreemdeling zich aan het toezicht zou onttrekken. Hoewel de vreemdeling beschikte over een vaste woon- of verblijfplaats en telefoonnummer, had hij verklaard niet terug te willen keren naar Ethiopië, wat volgens de staatssecretaris een reëel risico op onttrekking rechtvaardigde.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling niet bereid was mee te werken aan zijn vertrek en dat er geen minder ingrijpende, doeltreffende maatregelen beschikbaar waren. Het proportionaliteitsbeginsel was niet geschonden. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.