ECLI:NL:RVS:2007:BC1586
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid besluit beëindiging verblijfsrecht en verkorting vertrektermijn in vreemdelingenbewaring
Appellante was in vreemdelingenbewaring gesteld na een besluit van 18 oktober 2007 waarbij haar verblijfsrecht werd beëindigd en de vertrektermijn werd verkort tot nul uur. Tegen dit besluit stond bezwaar open bij de staatssecretaris en beroep bij de rechtbank 's Gravenhage.
De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd was om de rechtmatigheid van het besluit van 18 oktober 2007 te beoordelen bij de beoordeling van de maatregel van bewaring. Appellante stelde dat de rechtbank dit besluit wel had moeten toetsen, mede omdat een spoedige beoordeling in het kader van een verzoek om voorlopige voorziening niet te verwachten was.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het stelsel van de Vreemdelingenwet 2000 niet toestaat dat de rechter die over de maatregel van bewaring oordeelt zich tevens uitspreekt over de rechtmatigheid van het voorafgaande besluit. Eerst indien dat besluit in de daarvoor bestemde procedure onrechtmatig is verklaard, kan de rechter de gevolgen daarvan voor de bewaring beoordelen.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad van State wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het besluit tot beëindiging verblijfsrecht en verkorting vertrektermijn wordt niet door de rechter bij de bewaring beoordeeld.