ECLI:NL:RVS:2024:2573
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen overdracht vreemdeling aan Italië
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep tegen de overdracht aan Italië. De staatssecretaris had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor de overdrachtstermijn werd opgeschort.
De staatssecretaris heeft de vreemdeling inmiddels alsnog in de nationale procedure opgenomen omdat de overdrachtstermijn volgens artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening is verstreken. Hierdoor heeft de vreemdeling het doel van de procedure bereikt en bestaat er geen belang meer bij het hoger beroep.
De Afdeling heeft vervolgens onderzocht of de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten moet worden veroordeeld. Dit is niet het geval omdat het verstrijken van de overdrachtstermijn geen toedoen van de staatssecretaris is en geen aanleiding geeft tot kostenvergoeding.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling in de nationale procedure is opgenomen na het verstrijken van de overdrachtstermijn.