ECLI:NL:RBDHA:2025:3975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verstreken Dublin overdrachtstermijn
Eiser had beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. De rechtbank behandelde het beroep op 6 maart 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
Verweerder gaf aan de asielaanvraag alsnog in behandeling te nemen omdat de overdrachtstermijn van artikel 29, eerste lid, Dublinverordening was verstreken. Hierdoor verloor eiser belang bij het beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
Eiser verzocht ook om vergoeding van proceskosten, maar verweerder stelde dat hij niet aan eiser was tegemoetgekomen omdat het intrekken van het besluit een gevolg was van de verstreken overdrachtstermijn, een veranderde omstandigheid. De rechtbank volgde dit standpunt en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.C. Harting, met griffier S. Feijtel. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de overdrachtstermijn is verstreken en de asielaanvraag alsnog in behandeling wordt genomen; proceskosten worden niet toegewezen.