ECLI:NL:RVS:2024:2477
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging politiegegevens en beperkte kennisneming stukken
Appellant heeft op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) twee verzoeken ingediend tot wijziging van politiegegevens, die door de korpschef zijn afgewezen. Tegen deze besluiten stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die de beroepen ongegrond verklaarde. De korpschef verzocht vervolgens op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om beperkte kennisneming van bepaalde politieregistraties, zodat alleen de rechtbank deze stukken zou mogen inzien.
Appellant verleende aanvankelijk geen toestemming voor deze beperkte kennisneming, maar de rechtbank besloot het verzoek van de korpschef toe te wijzen. Appellant stelde in hoger beroep dat deze uitzondering op het recht op kennisneming onrechtmatig was en in strijd met artikel 6 EVRM Pro (eerlijk proces). De Raad van State toetste dit verzoek volledig en oordeelde dat appellant door de beperkte kennisneming niet in zijn recht op een eerlijk proces wordt geschaad.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant de stukken waar het om gaat wel heeft ingezien, maar geen recht heeft op afschriften daarvan. Het verstrekken van kopieën zou het belang van de opsporing kunnen schaden vanwege de gevoeligheid van de politiegegevens. De Afdeling bevestigde dat de regeling van artikel 8:29 Awb Pro met voldoende waarborgen is omkleed en dat het belang van de opsporing zwaarder weegt dan het belang van appellant om kopieën te ontvangen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.