ECLI:NL:RVS:2024:2454
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens gebrekkige motivering en onjuiste toepassing gelijkheidsbeginsel
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 juni 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen het college van burgemeester en wethouders van Altena. Het geschil betreft een handhavingsbesluit waarbij appellant zonder omgevingsvergunning een nieuwe woning heeft gerealiseerd, wat in strijd is met artikel 2.1 van de Wabo. De voorzieningenrechter heeft in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het college gebreken vertoonde in het besluit van 10 januari 2022, met name door onvoldoende in te gaan op vergelijkbare gevallen en door een last onder dwangsom op te leggen die verder strekte dan de vergunde situatie.
Het college heeft bij herstelbesluit van 2 februari 2024 het primaire besluit gewijzigd, maar appellant betoogde dat het college niet adequaat heeft gereageerd op de door hem overgelegde omgevingsvergunningen en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht stelde dat er geen sprake was van gelijke gevallen en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel in deze handhavingsprocedure niet slaagt. Verder is geoordeeld dat er geen concreet zicht op legalisatie was ten tijde van het herstelbesluit.
Appellant voerde ook aan dat handhaving onevenredig is vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en dat de dwangsom onredelijk hoog is. De voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren, omdat het college de belangen van appellant heeft meegewogen en de dwangsom is gebaseerd op het financiële voordeel van de overtreding. Wel werd vastgesteld dat het college het proceskostenbedrag in het herstelbesluit niet had vastgesteld, hetgeen een gebrek is dat wordt hersteld. De begunstigingstermijn is verlengd tot zes weken na verzending van deze uitspraak.
De voorzieningenrechter verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 10 januari 2022, verklaart het beroep tegen het herstelbesluit gegrond voor zover het proceskosten betreft, en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het handhavingsbesluit vernietigd en de begunstigingstermijn verlengd.