ECLI:NL:RVS:2024:5257
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving en dwangsomoplegging garagebedrijf in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Teylingen legde op 30 november 2020 aan een garagebedrijf in Voorhout twee lasten onder dwangsom op wegens het zonder vergunning bouwen van drie opstallen en het stallen van voertuigen en opslag van goederen in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen".
Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bezwaar en beroep ongegrond. De Afdeling oordeelde dat het overgangsrecht geen vergunning vervangt en dat het college terecht handhavend optrad tegen de opstallen en het gebruik van de percelen. Ook de invordering van dwangsommen van €5.000 en €10.000 werd bevestigd, ondanks betwisting door de appellant over zorgvuldigheid, vertrouwensbeginsel, evenredigheid en misbruik van bevoegdheid.
De Afdeling benadrukte dat de appellant voldoende tijd had om aan de last te voldoen, dat de overtredingen op het moment van controles nog bestonden en dat het college niet verplicht was rekening te houden met de financiële draagkracht bij invordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep en de beroepen tegen de invorderingsbesluiten worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.