ECLI:NL:RVS:2024:2370
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens juiste toepassing Chavez-Vilchezverblijfsrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling in, omdat zij niet langer aan de voorwaarden voldeed. De vreemdeling, moeder van een Nederlandse minderjarige zoon, voerde aan dat intrekking in strijd was met haar familieleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het Chavez-Vilchezverblijfsrecht onvoldoende had betrokken in zijn belangenafweging en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij het Chavez-Vilchezverblijfsrecht juist had meegewogen en dat hij achteraf geen belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro hoefde te maken. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat het Chavez-Vilchezverblijfsrecht, gebaseerd op artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez, ervoor zorgt dat de vreemdeling ongehinderd haar familie- en privéleven kan uitoefenen, waardoor intrekking van de verblijfsvergunning geen inmenging in de zin van artikel 8 EVRM Pro is.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van 22 juli 2022, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning vernietigd.