ECLI:NL:RVS:2025:472
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verblijfsrecht vreemdeling met Chavez-Vilchez-verblijfsrecht en afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier
De vreemdeling, houder van de Surinaamse nationaliteit en in het bezit van een Chavez-Vilchez-verblijfsrecht, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 18 mei 2022 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister eerst nationale gezinsherenigingsregels had moeten toepassen voordat het afgeleide verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro kon worden vastgesteld. De minister mocht de aanvraag afwijzen omdat de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf had en zijn familie- en gezinsleven in Nederland kon uitoefenen.
Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Verder werd overwogen dat het Chavez-Vilchez-verblijfsrecht niet valt onder het begrip verblijf uitsluitend om redenen van tijdelijke aard, waardoor vreemdelingen met dit verblijfsrecht in beginsel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning EU-langdurig ingezetene, wat het belang van de vreemdeling bij een verblijfsrecht op grond van artikel 8 EVRM Pro ondervangt.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.