ECLI:NL:RVS:2024:2015
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraag door staatssecretaris
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 7 juli 2023 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 oktober 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling. Hierdoor was het doel van het hoger beroep bereikt, namelijk de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling daardoor onvoldoende belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees de vergoeding van proceskosten af, aangezien de staatssecretaris niet aan de vreemdeling tegemoet was gekomen, maar door tijdsverloop de aanvraag alsnog behandelde. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 15 mei 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.