ECLI:NL:RVS:2024:1400
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar openbare orde ondanks vertrouwensbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het verzoek van een persoon met de Marokkaanse nationaliteit om naturalisatie tot Nederlander afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege een eerdere veroordeling voor rijden onder invloed die een ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde oplevert.
De rechtbank Amsterdam had het bezwaar tegen deze afwijzing gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het vertrouwensbeginsel. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het vertrouwensbeginsel wel degelijk van toepassing is op besluiten tot naturalisatie, omdat deze besluiten beoordelingsruimte bevatten. Echter, de gebonden bevoegdheid van artikel 9 RWN Pro beperkt de ruimte voor belangenafweging. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris het beroep op het vertrouwensbeginsel had moeten beoordelen, maar dat de afwijzing terecht is omdat ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde bestaan.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt het eerdere oordeel en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Hiermee blijft het naturalisatieverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.