ECLI:NL:RVS:2024:1347

Raad van State

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
2 april 2024
Zaaknummer
202302792/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekken niet-behandeling asielaanvraag

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had aanvankelijk de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Na het instellen van het hoger beroep heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hierdoor heeft de vreemdeling bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde, waardoor hij onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de staatssecretaris niet aan de vreemdeling tegemoet is gekomen maar door tijdsverloop de aanvraag alsnog heeft behandeld.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag na het instellen van het beroep alsnog in behandeling is genomen.

Uitspraak

202302792/1/V3.
Datum uitspraak: 2 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 13 april 2023 in zaak nr. NL23.5709 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 13 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.E. Martinez Linnemann, advocaat te Almere, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.
Overwegingen
1.       Nadat de vreemdeling hoger beroep heeft ingesteld in deze zaak, heeft de staatssecretaris zijn asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. De vreemdeling heeft onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij heeft bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogt doordat de staatssecretaris zijn asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling heeft genomen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1253, onder 2).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hij heeft namelijk als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hij is dus niet aan de vreemdeling tegemoetgekomen (zie de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2).
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2024
873-985