ECLI:NL:RVS:2024:1306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatig verblijf en afwijzing duurzaam verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, houder van de Roemeense nationaliteit en daarmee Unieburgerschap, vroeg om een verblijfsdocument dat duurzaam rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van het ontbreken van voldoende bestaansmiddelen over de vereiste periode. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in het voordeel van de vreemdeling, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende vijf jaar over voldoende middelen beschikte om niet ten laste te komen van het sociale bijstandsstelsel. De periode waarin hij een uitkering ontving, bevestigt dit. Ook ontbrak bewijs van een zorgverzekering in de relevante periode. De rechtbank had deze aspecten onvoldoende meegewogen.
Verder werd beoordeeld dat het besluit van 16 maart 2022, waarin rechtmatig verblijf werd vastgesteld vanaf 6 december 2021, geen aanleiding gaf tot beroep wegens gebrek aan belang. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.