ECLI:NL:RBDHA:2022:12467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duurzaam verblijfsrecht Unieburger ondanks zwart werk
Eiser, een Roemeense Unieburger, verzocht om een document duurzaam verblijf in Nederland, maar dit werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Na een eerdere gegrondverklaring van beroep en vernietiging van een besluit, bleef de afwijzing in stand. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor verblijf vóór augustus 2014, maar vanaf die datum relevant is.
De kernvraag was of eiser gedurende vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf had, waarbij ook zwart werk werd ingebracht als bewijs van economische activiteit. De rechtbank volgt de staatssecretaris niet en verwijst naar het arrest Bajrati van het Hof van Justitie van de EU, dat zwart werk kan meetellen zolang het niet uit criminele activiteiten voortkomt.
De rechtbank stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat eiser inmiddels rechtmatig verblijf heeft. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.