ECLI:NL:RVS:2023:912
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het naturalisatieverzoek van appellant af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een openstaande strafzaak wegens verdenking van mensensmokkel. Appellant voerde aan dat hij nog niet onherroepelijk veroordeeld was en dat de conclusie van ernstige vermoedens vooringenomen was, wat in strijd zou zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was, verwijzend naar het beleidskader en jurisprudentie waarin serieuze verdenkingen voldoende zijn om afwijzing te rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef dit oordeel en verwierp het beroep van appellant. Tevens werd geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro niet werd geschonden door het niet afwachten van de strafzaak.
Appellant stelde ook dat bijzondere omstandigheden tot afwijking van het beleid noodzaakten, zoals zijn integratie en het feit dat hij nooit eerder met justitie in aanraking was geweest. De Afdeling oordeelde dat deze omstandigheden niet bijzonder genoeg waren om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde.