ECLI:NL:RVS:2023:817
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring vanwege ontbreken urgent woonprobleem en woningnood in Velsen
Appellant diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring bij het college van burgemeester en wethouders van Velsen, omdat hij na zijn echtscheiding in een kamer woont waar hij zijn kinderen niet kan ontvangen, wat hem psychische problemen bezorgt. Tevens vreest hij uitzetting vanwege bedreigingen van de verhuurder. Het college wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening, omdat appellant geen urgent woonprobleem heeft en zelf verantwoordelijk is voor zijn woonsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het beleid te restrictief is, dat de bedreigingen ernstig zijn en dat zijn gezinsleven wordt geschaad, mede in strijd met artikel 8 EVRM Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college een stringente beleidslijn mag hanteren vanwege de woningnood in Velsen en dat de situatie van appellant niet uitzonderlijk is.
De Afdeling vond dat appellant weliswaar niet ideaal woont, maar wel eigen woonruimte heeft en dat de kinderen bij hun moeder verblijven. Er is geen bewijs dat hij zijn woning moet verlaten vanwege ernstige bedreiging. Ook is het belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder dan het individuele belang van appellant. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat dit geen recht op woonruimte garandeert.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.