ECLI:NL:RVS:2021:328
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring voor woningzoekende met indicatie begeleid wonen
Appellant, die van 2014 tot 2017 begeleid woonde op grond van de Wet langdurige zorg, emigreerde in 2017 naar Colombia en keerde in 2018 terug naar Nederland. Hij vroeg een urgentieverklaring aan omdat hij geen onderdak had, maar het college van burgemeester en wethouders van Purmerend wees dit af vanwege meerdere weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat appellant niet voldeed aan de criteria voor urgentie, omdat hij een indicatie voor begeleid wonen heeft en er een voorliggende voorziening is. Tevens was het verwijtbaar dat appellant terugkeerde zonder adequate woonruimte.
Appellants beroep op de hardheidsclausule en op internationale verdragen (IVRK en EVRM) werd verworpen. De belangen van zijn minderjarige zoon zijn meegewogen, maar het college mocht het algemeen belang van rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder laten wegen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de criteria en er meerdere weigeringsgronden van toepassing zijn.