ECLI:NL:RVS:2023:711
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. den Ouden
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na planologische wijzigingen in Leiden
Appellant is sinds 1994 eigenaar van vijf percelen in Leiden die oorspronkelijk een agrarische bestemming hadden. Na de inwerkingtreding van nieuwe bestemmingsplannen (3a en 3b) vorderde hij een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering. Het college wees dit af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde vanwege een onjuiste planvergelijking, maar de rechtsgevolgen in stand liet.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de rechtbank terecht de uit te werken bestemmingen buiten de planvergelijking heeft gelaten en dat het planologische voordeel dat appellant na aankoop genoot, niet tot vergoeding leidt. Verder is vastgesteld dat appellant het risico van planologische verslechteringen bij aankoop heeft aanvaard, mede omdat het voorontwerp van een structuurplan al was gepubliceerd.
De taxatie van de schade is zorgvuldig uitgevoerd en niet onzorgvuldig betwist. Appellant heeft geen concrete pogingen gedaan om de agrarische gebruiksmogelijkheden te benutten, waardoor de schade voor zijn rekening blijft. De Afdeling bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.