ECLI:NL:RVS:2023:2967
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- G.T.J.M. Jurgens
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming planschade rijksinpassingsplan Zuidring Wateringen-Zoetermeer
Het geschil betreft de aanvraag van het Bedrijvenschap Harnaschpolder voor een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het rijksinpassingsplan Zuidring Wateringen - Zoetermeer. De minister kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe, maar na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd dit besluit herroepen en de tegemoetkoming afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in hoger beroep geoordeeld dat de minister terecht heeft afgezien van de tegemoetkoming, omdat het planologisch nadeel bestaat uit het ongedaan maken van een na de verwerving van de percelen genoten planologisch voordeel. Volgens vaste rechtspraak komt in dat geval geen tegemoetkoming toe.
Het bedrijvenschap voerde aan dat sprake was van daadwerkelijke schade door een slechter exploitatieresultaat, maar de Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel. Het incidenteel hoger beroep van TenneT werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bedrijvenschap geen aanspraak heeft op de tegemoetkoming. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de beroepen van het bedrijvenschap en TenneT tegen het herroepingsbesluit zijn ongegrond respectievelijk niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van het bedrijvenschap wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.