ECLI:NL:RVS:2022:3295
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P.M. van Ravels
- C.H. Sieburgh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming in planschade door vervallen recreatiebestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Ede wees een aanvraag om tegemoetkoming in planschade af, omdat de percelen hun hoogste waarde ontlenen aan het gebruik als cultuurgrond en niet aan de mogelijkheid tot zandwinning die met het nieuwe bestemmingsplan werd vervallen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde de Afdeling dat bij de bepaling van de tegemoetkoming in planschade geen rekening wordt gehouden met een gunstige, na eigendom verkrijging in werking getreden wijziging van het planologisch regime die later ongedaan wordt gemaakt.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht stelde dat het vervallen planologisch voordeel niet leidt tot een aanspraak op tegemoetkoming. De stelling dat de positieve planologische ontwikkeling voorzienbaar was en dat het een beoogde ontwikkeling betrof, faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen tegemoetkoming in planschade toe te kennen.