ECLI:NL:RVS:2023:681
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake beëindiging bemiddeling Dienst Terugkeer en Vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij brief van 23 april 2021 aangegeven de bemiddeling door de Dienst Terugkeer en Vertrek te beëindigen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar dit bezwaar werd op 30 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard door de staatssecretaris. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing ongegrond op 9 december 2022.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Bovendien was de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 11 oktober 2019.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.