ECLI:NL:RVS:2023:4801
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoorplicht in aanvraag machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 oktober 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit ongegrond op 14 april 2021. De rechtbank bevestigde dit bij uitspraak van 3 november 2021. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling had moeten horen in het bezwaarproces, conform de hoorplicht. Deze hoorplicht is slechts in uitzonderlijke gevallen te negeren, en die uitzonderingen golden hier niet. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak en het besluit vernietigd werden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 14 april 2021, en bepaalde dat de staatssecretaris de vreemdeling alsnog moet horen alvorens een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak en het besluit vernietigd, en de staatssecretaris wordt verplicht de vreemdeling alsnog te horen.