ECLI:NL:RVS:2023:4780
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid gezin
De burgemeester legde op 3 augustus 2022 een huisverbod op aan appellant voor tien dagen vanwege een aangifte van mishandeling door zijn echtgenote. De burgemeester stelde dat de aanwezigheid van appellant in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van zijn echtgenote en kinderen.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het huisverbod in stand omdat uit nader ingediende stukken, waaronder een proces-verbaal en foto’s van letsel, bleek dat er een ernstig gevaar bestond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechter ten onrechte deze stukken had betrokken en dat het huisverbod onterecht was opgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter geen onjuist gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid om de stukken te betrekken, gezien de omstandigheden en spoedeisendheid. Tevens was het huisverbod terecht opgelegd omdat aannemelijk was dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestond. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt en het contactverbod was gerechtvaardigd binnen de context van bescherming van het gezin.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het huisverbod en contactverbod worden bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van het gezin.