ECLI:NL:RVS:2022:2379
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid ex-echtgenote
De burgemeester van Den Haag legde appellant een huisverbod op na een incident waarbij appellant zijn ex-echtgenote zou hebben mishandeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond. Appellant stelde dat het huisverbod alleen op de verklaring van zijn ex-echtgenote was gebaseerd en dat er geen bewijs voor geweld was, mede omdat de strafrechtelijke zaak was geseponeerd.
De Raad van State oordeelde dat het huisverbod niet uitsluitend op die verklaring was gebaseerd, maar ook op het mutatierapport en politieverklaringen, waarbij wederhoor had plaatsgevonden. De videofragmenten van appellant toonden geen uitsluiting van geweld. Het huisverbod is een preventief instrument dat niet vereist dat de feiten onomstotelijk vaststaan.
Verder vond de Raad dat de burgemeester zorgvuldig had afgewogen, waarbij het belang van de kinderen en de veiligheid van de ex-echtgenote zwaarder wogen dan de belangen van appellant. Ook de verlenging van het huisverbod was gerechtvaardigd omdat de situatie nog niet was gestabiliseerd en hulpverlening nog onvoldoende op gang was gekomen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het huisverbod tegen appellant wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.