ECLI:NL:RVS:2022:3784
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor echtgenote en kinderen
De burgemeester van Dordrecht legde op 18 september 2021 een tijdelijk huisverbod van tien dagen op aan appellant vanwege een melding van huiselijk geweld door zijn echtgenote. De politie trof haar met meervoudig letsel aan in de gezamenlijke woning, waar ook hun kinderen aanwezig waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond en oordeelde dat er voldoende grond was voor het huisverbod en dat het besluit deugdelijk was gemotiveerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende grond bestond voor het huisverbod, dat er geen sprake was van huiselijk geweld, en dat het huisverbod onevenredig was. De Raad van State overwoog dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen bij ernstig en onmiddellijk gevaar mag worden toegepast. Uit het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld en de verklaringen bleek aannemelijk dat appellant het letsel had veroorzaakt en dat er een ernstig gevaar bestond.
De Raad van State vond dat de burgemeester zijn beoordelingsruimte redelijk had ingevuld en dat het huisverbod proportioneel was gezien de ernst van de situatie en de noodzaak tot escalatiepreventie en hulpverlening. Ook de wisselende verklaringen van de echtgenote en het intrekken van het huisverbod later deden hieraan niets af. De rechtbank had terecht het huisverbod gehandhaafd omdat er nog geen reële aanvang met hulpverlening was gemaakt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De burgemeester hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor echtgenote en kinderen.