ECLI:NL:RVS:2023:709
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake gedeeltelijke weigering openbaarmaking documenten Wob-verzoeken
In deze zaak hebben appellanten [appellante sub 1] en Infriba S.A. bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin informatie uit documenten deels niet openbaar werd gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank Limburg heeft het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister heeft daarop het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard, waarna appellanten hoger beroep hebben ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is op Wob-procedures en dat het recht op gelijke proceskansen door de Awb-regeling omtrent geheimhouding voldoende wordt gewaarborgd. Daarnaast kon de Afdeling het beroep op artikel 2:5 Awb Pro niet volgen omdat appellanten niet betrokken zijn bij bestuursuitvoering. De Afdeling kon niet controleren of de minister terecht documenten niet openbaar maakte, omdat appellanten geen toestemming gaven voor inzage in de zwartgelakte stukken. De motivering van de minister werd als toereikend beoordeeld.
Verder oordeelde de Afdeling dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er meer documenten zijn dan openbaar gemaakt. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.