ECLI:NL:RVS:2023:4088
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over verblijfsvergunning niet-begeleide minderjarige asielzoeker
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 mei 2021 de aanvraag van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de staatssecretaris binnen twee weken een verblijfsvergunning te verlenen met ingang van 23 december 2020.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het leeftijdsvereiste in het bijzondere buitenschuldbeleid voor niet-begeleide minderjarigen in strijd is met het Unierecht, waardoor de staatssecretaris dit niet terecht tegen de vreemdeling kon aanvoeren.
Verder oordeelde de Afdeling dat het onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer niet gelijktijdig met het asielbesluit hoeft te worden afgerond, mits de staatssecretaris voortvarend handelt. In deze zaak had de staatssecretaris onvoldoende inzicht gegeven in het onderzoek naar adequate opvang, waardoor het besluit op de asielaanvraag niet deugde.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de staatssecretaris verplichtte een verblijfsvergunning te verlenen met ingang van 23 december 2020, maar bevestigde de rest van de uitspraak. De staatssecretaris moet een nieuwe beoordeling maken op basis van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat een verblijfsvergunning met ingang van 23 december 2020 toekent, wordt vernietigd.