ECLI:NL:RVS:2020:151
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling uit Benin
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een vreemdeling uit Benin om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tevens werd een verzoek tot opheffing van een inreisverbod afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg de vergunning te verlenen en het inreisverbod op te heffen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door de staatssecretaris op te dragen de vergunning te verlenen en het inreisverbod op te heffen, omdat dit een beoordeling is die primair aan de staatssecretaris toekomt.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de staatssecretaris opdroeg de vergunning te verlenen en het inreisverbod op te heffen, maar voor het overige bevestigd. Ook het besluit van 29 juli 2019 waarin het inreisverbod werd opgeheven werd vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris wordt opgedragen de vergunning te verlenen en het inreisverbod op te heffen, bevestigt de rest en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.