ECLI:NL:RVS:2023:3858
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over huurtoeslag en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De Belastingdienst/Toeslagen had het recht op huurtoeslag van appellant over 2014 en 2015 definitief vastgesteld op nihil, omdat appellant niet had aangetoond dat hij de gestelde huur had voldaan. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval hernieuwde besluitvorming, tevens kende zij een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak met meerdere gronden, waaronder dat er twee besluiten op bezwaar moesten worden genomen, dat hij recht had op proceskostenvergoeding in deze procedure en dat hij recht had op schadevergoeding voor beide jaren. De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen zelf mag bepalen of zij de heroverweging in één of twee besluiten vastlegt, dat de reeds toegekende proceskostenvergoeding in een samenhangende procedure toereikend is en dat de zaken over 2014 en 2015 in hoofdzaak hetzelfde onderwerp betreffen, waardoor slechts eenmaal een schadevergoeding wordt toegekend.
Verder wees de Raad van State het verzoek af om zelf in de zaak te voorzien, omdat de rechtbank terecht het belang van hoor en wederhoor heeft gewaarborgd. De Raad van State concludeert dat de procedure zorgvuldig is verlopen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.